Theodorus Hendrikus Goossens (1830-1904)

Uit OpenWiki
Versie door Admin (overleg | bijdragen) op 18 apr 2022 om 17:18
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Geboren

Theodorus Hendrikus Goossens, zoon van Petrus Goossens (1777-1856) en Elisabeth Van De Camp (1801–1868), is op 4 april 1930 geboren in Gennep in Nederlands Limburg. Hij is vernoemd naar zijn twee jaar eerder geboren broer met dezelfde naam, die was overleden.

Armoede

De dunbevolkte streek is in de 19e eeuw voor handel en nijverheid niet interessant, de bodemgesteldheid (zand, heide, bos) nodigt niet uit tot intensieve landbouw of veeteelt. Uit stadsrekeningen en belastinglijsten blijkt dat Gennep vier of vijf welgestelde families kende en voor de rest uit dagloners en keuterboertjes bestond. Hygiënische toestanden waren zijn erbarmelijk en het onderwijs stond op laag niveau.

Zoals we al eerder bij ‘onze’ familie Goossens uit Hamont in de Kempen hebben gezien, moesten ook in de Peel boeren hun inkomsten uit het landbouwbedrijf vaak aanvullen met inkomsten uit andere werkzaamheden, bijvoorbeeld door als hoefsmid of als wagenmaker te werken. Ook hielden zij soms een herberg of was er sprake van een brouwerij.

Er waren ook personen met veel grondbezit, zoals de adel, die hun grond in kleine kavels aan de boeren verpachtten.

Kleding

Maria Catarina van Well
Maria Catharina van Well (1859-1926) getrouwd met Petrus Goossens (1808-1885)

Veel mensen liepen op klompen en in Oost-Brabant en Noord-Limburg (waarschijnlijk ook daarbuiten) droeg iedereen zwarte sobere kleding en een hoofddeksel, ook kinderen. Boeren hadden doordeweeks een pet op en als ze naar de kerk gingen of op feesten een hoed op. De boerin droeg vanaf achttien jaar doordeweeks een witte muts, welke bestond uit een kanten middenstuk, een geborduurde 'bodem' die boven op het hoofd werd gedragen. Om de muts heen zat gekloste kant die boven het voorhoofd in een golfpatroon was geplooid. Op zondag als ze naar de kerk ging en bij speciale gelegenheden droeg ze daar een toer (Limburgs) of poffer (Brabants) overheen. Een toer of poffer is een hoefijzervormige kanten bloemenkrans met op de rug afhangende linten die boven op de muts werd gezet. De muts met poffer was niet alleen een kunstig maar ook een prijzig kledingstuk. In 1910 kostte de combinatie muts met poffer 100 gulden: 75 gulden voor de muts en 25 gulden voor de poffer. De vrouw was dan ook terecht trots op haar hoofddeksel.

1845: Gennep uit zijn isolement

Gennep heeft altijd al aan de grens gelegen en heeft daarom nooit veel bloei gekend, maar in de eerste helft van de 17e eeuw werd het helemaal lastig aangezien Gennep in een oorlogszone kwam te liggen van de 80-jarige oorlog. Na deze oorlog wordt Gennep weer een rustig stadje. De handelsroutes gaan nog steeds voorbij aan Gennep en er vindt dan ook vrijwel geen uitbreiding plaats. Ook toen Gennep in 1815 Nederlands werd veranderde er niet veel. Maar door de Belgische periode ontstond er in Holland, nadat het oosten van Limburg weer Nederlands werd, toch meer behoefte om Nederlands Limburg sterker in het land te integreren. Een van de projecten die hiervoor moest zorgen, was de aanleg van de rijksweg Nijmegen-Maastricht in 1845. Deze verbinding noord-zuid liep door Gennep en haalde het stadje uit haar grote isolement.

1866: Provincie Limburg

In 1866 verliet de Noord-Duitse grootmacht Pruisen de Duitse Bond met enkele bondgenoten omdat ze in conflict waren met vooral de andere grootmacht Oostenrijk. Er kwam hiermee een eind aan de Duitse Bond. Deze werd vervangen door een eerste echte federatie van 22 voorheen onafhankelijke staten van Noord-Duitsland. Vijf jaar later zouden de zuidelijke Duitse landen, behalve Oosterijk, aansluiten en ontstond het Duitse Rijk. Limburg en Luxemburg zouden tijdens de oprichting in 1887 géén deel worden van de Noord-Duitse Bond. De titel hertogdom had voor Limburg hierna geen betekenis meer.