Geschiedenis Rijk van Nijmegen

Uit OpenWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Rijk van Nijmegen was oorspronkelijk een gouw en graafschap van de Betuwe en werd pas geruime tijd na de stichting van de burcht afgescheiden 1, 2.

Na de afscheiding oefende een keizerlijke ambtenaar de grafelijke bevoegdheden in de keizerlijke grondheerlijkheid uit. Rijksvrijheid, ook wel rijksonmiddellijkheid genoemd (Duits: Reichsfreiheit of Reichsunmittelbarkeit), was in het Heilige Roomse Rijk de staatsrechtelijke term voor personen, steden, dorpen en landsdelen die niet aan een lokale heer maar onmiddellijk aan het rijk en de keizer verantwoording schuldig waren. De rijksvrijheid van veel van deze plaatsen en kloosters bleven evenwel omstreden, daar naburige vorsten ze vaak trachtten in te lijven. Zo ook rond Nijmegen, waarbij de hertogen van zowel Gelre als Kleef rechten meende te hebben, zoals op het Ketelwald. Sinds einde 10e eeuw weten wie de bezitters van het grafelijke ambt van Nijmegen waren 3.

Na de tweede verwoesting van de palts, nog gebouwd door Karel de Grote, in 1047 vonden hier gedurende een eeuw geen rijks- en hofdagen meer plaats 4, maar bleef het gebied verder wel in bezit van de kroon 5. Ongeveer een eeuw later begon, in opdracht van keizer Frederik I, bijgenaamd Barbarossa, de bouw van de burcht, waarvan nu nog restanten op het Valkhof te Nijmegen aanwezig zijn. Het werd een grootse burcht, die op haar hoogtepunt de stad Nijmegen en haar omgeving eeuwenlang heeft gedomineerd. Een van deze gebouwen was de reuzentoren, de donjon. Deze belangrijke toren stak ver boven alle andere gebouwen uit. De gebouwen van het kasteel werden omgeven door imposante muren, die vanaf de Waalzijde hoog op de heuvel waren gebouwd. Aan de landzijde, de stadszijde, lag voor de muur een brede droge gracht. De toegang tot het kasteel werd beschermd door een poortgebouw, waaronder de poort, die toegang gaf tot het burchtterrein. De hoofdpoort kon bereikt worden via een brug over de droge gracht. 51. Aan het einde van de derde en laatste bloeitijd, onder Barbarossa, ging Nijmegen (als pand?) over in het bezit van de hertog van Brabant, maar in 1204 werd het weer Rijks 6.

Graaf Willem II van Holland verpande toen hij ook koning van het Heilige Roomse Rijk was, burcht, stad en Rijk van Nijmegen op 8 oktober 1247 aan graaf Otto van Gelre 7, die als bezitter van de graafschapsrechten 8 tussen Maas en Rijn een welkome afronding van zijn territorium zag, waaraan hij tientallen jaren doelbewust aan had gewerkt door rechten links en rechts van de Waal te verkrijgen. De pandsom werd spoedig na de verpanding meermalen verhoogd.
Het begin van de regeringsperiode van koning had Willem II door chronisch geldgebrek gekenmerkt. De rijksgoederen aan de Nederrijn waren nog in handen van familie Staufen, van de vorige keizer. Deze konden slechts door oorlogvoering worden veroverd. De verkiezing, hofdagen en krijgstochten brachten hoge kosten met zich mee, maar Willem kreeg financiële steun van paus Innocentius IV.
Op 10 oktober nodigde de koning zijn vazallen en dienaren uit de graaf van Gelre als hun heer te erkennen 10, maar de graaf moest zijn pandschap te zwaard bevechten tegen lieden die de Staufen trouw bleef 11.

De Valkhofburcht heeft eigenlijk nooit een landsheer als bewoner gekend, hoewel vele Gelderse graven en hertogen er wel verbleven hebben. De belangrijkste bewoners van de burcht waren de burchtgraven, die namens de landsheer het kasteel hebben bewaard en bestuurd. Meestal lag er een militaire bezetting op het kasteel 51.

Koning Rudolf heeft later geprobeerd het rijksgoed te Nijmegen (zoals vrijwel alle door Willem van Holland en zijn opvolgers verkwiste kroondomeinen in de Nederlanden) voor het Rijk weer terug te winnen; in 1282 stelde hij zijn eisen tegen Gelre vijf jaar uit 12, verleende echter de burgers van Nijmegen bijzondere privileges 13 en onttrok de stad aan de jurisdictie van de graaf van Gelre 14.

Op een rijksdag in Erfurt in 1290 trof hij voorzieningen betreffende het Nijmeegse rijksgoed en droeg hij aan de graaf van Kleef in naam van het rijk het bestuur op 15; de eigendomsoverdracht werd echter al spoedig - waarschijnlijk op voorstel van de graaf van Kleef - uitgesteld en door de verpanding van Duisburg aan Kleef vervangen 16. Eerst in 1435 deed koning Sigismund een 16, ongetwijfeld wegens gewapende tegenstand van Gelre mislukte, poging om Nijmegen voor het rijk terug te winnen, door aan de rechtmatige en door de koning beleende, in het land echter niet erkende, hertog Adolf van Berg de pandsom uit te betalen 17.

Bronnen en notities

[bewerken]

  1. Nijmegen werd nog rond einde 8e eeuw tot de Betuwe gerekend
  2. 51 Hendriks, B. (z.d.). Kasteelruïne Het Valkhof in Nijmegen. Absolutefacts. Geraadpleegd op 10 februari 2022, van https://www.absolutefacts.nl/kastelen/data/valkhofnijmegen.htm